De Meerpaaldagen zijn al twintig jaar het hoogtepunt van het uitgaansleven in Dronten. Het hele dorp loopt uit voor de braderie, de muziek, de spelletjes en de grote biertent, die het hele plein vult tussen Meerpaal en Gemeentehuis. Met aan beide kanten een podium, spoeden dorpelingen zich avondenlang van de ene kant naar de andere om mee te hossen met klassiekers en – later op de avond – bier naar elkaar te gooien. Drontenaren onderhouden vriendschappen op deze manier: je komt op de Meerpaaldagen werkelijk iedereen tegen die je sinds vorig jaar niet hebt gezien.
Voor het eerst in vier jaar bevond ik me weer tussen de feestgangers. Ik logeerde bij Henk, in ons oude huis. Een beetje nerveus was ik wel. Ik was immers de vrouw die was weggegaan en had geen idee hoe kennissen en ex-schoonfamilie daar op zou reageren. Van Henk wist ik het wel. De laatste nacht met Monsterhond zijn heel veel zaken besproken.
Er was niks veranderd. Iedereen stond nog weer waar hij indertijd ook stond en mensen die elkaar niet kenden, negeerden elkaar. Een feest der herkenning dus.
Nog steeds verbaas ik me over de onwilligheid van Drontenaren om nieuwe contacten aan te gaan. Dronten is immers gestart als nieuwe vestigingsplaats voor mensen uit heel Nederland. In de vijftien jaar dat ik er woonde, dacht ik lange tijd dat het aan mij lag, maar van anderen die er niet opgegroeid zijn hoor ik het ook. Illustratief voor het verschijnsel was het volgende. Ik huppel de tent uit richting bar en sta oog in oog met drie heren van mijn leeftijd. “Hallo,” riep ik enthousiast. Twee van de drie raakten in paniek en vroegen zich hardop af of ik dan misschien een collega was van Jos. Jos zei dat hij me niet kende. “Ben jij een collega van Jos?” Nee. “Waar ken je ons dan van?” Ik ken jullie helemaal niet. “Dat moeten we dan maar zo houden,” zei de middelste met grote stelligheid. Laat me raden, zei ik vilein, een vrouw en twee kinderen? “Nee,” zei hij triomfantelijk. Drie kinderen dan. “Eh.. ja.” Wat heb jij een mazzel gehad.
En ik huppelde verder.
Ons kent ons in Dronten: van school, van werk, van de korfbal. Val je niet in een van die drie categorieën, dan kijken ze je niet aan. In het hele weekend sprak ik twee nieuwe mensen. Eén vrouw die volgens haar man nooit contact legde en één uiterst dronken rechtenstudent van 21. “Mevrouw, u bent een godin.” Die gaat nog ver komen in het juridische, dacht ik zo. Hij pakte mijn hand en wilde me wel meenemen voor een biertje, maar een vriend hees hem op de schouders en zijn vriendin klampte zich angstvallig vast aan zijn knie.
Denk nu niet dat alles slecht was dit weekend, want mensen die me indertijd aardig vonden, deden dat nog steeds. Ook dat is Dronten. Volgend jaar maar weer eens proberen denk ik.



Oh, I’ve been there, trust me. This will be my first Valentine’s Day, however, where I’m actually in a relationship (it took me 30 years to come out, what can I say Don’t get me wrong, I still loathe the holiday, but at least it won’t be a bitter day for me this year.