De eerste Mac die ik kocht was een LC. Daarna volgde een Performa. Toen een G3 voor mij en een Bondi Blue iMac voor m’n vriend. De G3 werd een G4 en er kwam een iBook bij. Zijn blauwe iMac werd een witte iMac. De laatste aanschaf was een MacBook voor mij. En sinds vanmorgen heb ik een 21,5″ iMac. Over de aanschaf pieker ik altijd maanden. Het is toch zoveel geld en de vorige doet het toch nog en wat geeft het nou als je niet probeemloos twaalf programma’s tegelijk kan draaien…. En dan gaat de knop om en pin ik opeens ergens een enorm bedrag en overhandigt iemand me een grote kartonnen doos met een handvat.
En iedere keer weer voel ik diezelfde blijdschap als ik het glanzende apparaat uit zijn fantastische verpakking haal. Het Sinterklaasgevoel, de innige tevredenheid van een – nog smetteloze – machine die nog sneller is dan de vorige. Installeren werd iedere keer makkelijker (het was nu een kwestie van “herstel vanaf Time Capsule Machine?” OK). Iedere keer minder draadjes en minder randapparatuur. Welcome, Mac Number Nine. Die ook gewoon George heet. Want sinds 1986 heten al mijn desktops George (en de laptops, uiteraard, Georgette). De enige die ik heb bewaard is de LC. De rest is allemaal doorgeschoven naar (schoon)moeders en marktplaatsen.
Ik aai de nieuwe over zijn bol (hij heet niet voor niets AaiMac) en voel me weer even een ouwe nerd. Lekker.




Comments