Beursgang voor beginners

Een beetje conversatie gaat deze dagen toch zeker even over De Beurs. Over hoe de aandelen het doen, over waar in te beleggen, en waar niet. Daarna komen wellicht de speculaties over de nieuwe economie, de recente ontwikkelingen die alle kranten hebben gehaald. Voor degenen die stiekem die niet weten wat een beursgang inhoudt en het ook niet meer durven vragen, volgt hier een introductie. Waarom sommige bedrijven wel naar de beurs gaan en waarom anderen dat niet doen.

Management summary
* Een beursnotering maakt het mogelijk iedere dag aandelen te kopen en verkopen.
* Het creëert liquiditeit, wat van pas komt bij overnames en investeringen.
* Een beursgang gaat gepaard met publiciteit.
* Winst is niet langer een vereiste om naar de beurs te mogen.
* Integriteit en betrouwbaarheid blijven belangrijke factoren.
* De bedrijfsvoering van een beursgenoteerde onderneming moet transparant zijn.
* Een beursgenoteerde onderneming moet gelijktijdig en consistent dezelfde informatie verschaffen aan al haar beleggers.
* Een goede manager is twee dagen per week bezig met het te woord staan van beleggers en analisten.

John Hak is director corporate finance van merchant bank Kempen & Co. NV. Samen met collega Michel van de Coevering, senior manager corporate finance, legt hij voor de leek uit wat een beursgang inhoudt en wat voor een onderneming de voor- en nadelen kunnen zijn.

John Hak: “Er zijn ruwweg twee soorten financieringsmiddelen voor een onderneming, namelijk vreemd vermogen zoals leningen van de bank of eigen vermogen zoals aandelen. In gevallen dat de onderneming winst maakt, ontvangen aandeelhouders doorgaans dividend als vergoeding voor het beschikbaar stellen van hun eigen vermogen. Het deel van de winst dat niet wordt uitgekeerd, gaat terug in het bedrijf als investering. Aandeelhouders kunnen de waarde van hun aandelen realiseren door ze te verkopen. Nu zijn er verschillende manieren om aandelen verhandelbaar te maken, maar in alle gevallen moet je de waarde weten. Als een onderneming niet beursgenoteerd is dan is de dagelijkse waarde van de aandelen niet bekend, zeker niet voor de buitenwereld. Door bepaalde veronderstellingen te maken over de toekomstige winstgevendheid kan de waarde worden berekend, en kunnen de aandelen te koop worden aangeboden. Maar als je de mogelijkheid wilt om iedere dag aandelen te kunnen kopen en verkopen en dus liquiditeit te creëren, dan vraag je een beursnotering aan voor je aandelen.”

De eerste prijs van een aandeel wordt bepaald op het moment van introductie. Dat proces verloopt via strenge regels van de beurs en niet in de laatste plaats via zelfregulering. Van de Coevering: “Een begeleidende investment bank is heel zorgvuldig in de afwegingen of een onderneming rijp is voor de beurs. Er wordt naar een aantal zaken gekeken zoals bijvoorbeeld het managementteam. Is het solide, hoe opereren ze. Ook wordt er uitgebreid stilgestaan bij het businessplan. Als de bank niet zorgvuldig is en het gaat fout, dan verliezen de beleggers niet alleen het vertrouwen in hen, maar ook in de begeleidende bank.” In een prospectus vertellen onderneming en bank de belegger over de aard en activiteiten van het bedrijf, de plannen en de risico’s. Hak benadrukt dat een prospectus geen beleggingsadvies is, maar “puur informatie over de onderneming”. Op basis van de prospectus en het daaropvolgend vraag en aanbod van beleggers wordt de introductieprijs bepaald.

Maar hoe bepaal je de prijs van een jong bedrijf dat geen winst maakt, maar wel een ontstellend marktaandeel heeft zoals Amazon.com? Een van de regels voor een beursgang was altijd dat een bedrijf al enige jaren winst moet maken. Van de Coevering: “Natuurlijk is het maken van winst of verlies een graadmeter, maar belangrijker is de winstverwachting die de beleggers hebben.” De eisen veranderen. De regel dat een bedrijf al enkele jaren winst moet maken wordt niet meer gehanteerd, omdat dan weinig ondernemingen van de nieuwe economie de stap zouden kunnen maken. “Het verleden is belangrijk om een geloofwaardig verhaal te kunnen vertellen over de toekomst. Maar waar investeerders op kopen is het toekomstverhaal.”

Een bedrijf wordt niet alleen afgerekend op resultaat? Hak: “Het is ook belangrijk of een bedrijf doet wat het belooft, los van alle financi‘le prognoses. UPC bijvoorbeeld belooft flink te gaan groeien in de komende jaren. Stel dat dat niet gebeurt, dan verliest zo’n onderneming geloofwaardigheid. Geloofwaardigheid en reputatie van het management vormen belangrijke factoren. Men kijkt niet alleen naar het halen van de omzet, maar ook naar integriteit.”

De gang naar de beurs gaat vergezeld van publiciteit, reden voor sommige ondernemingen om daar een extra PR-campagne aan vast te knopen. Het hebben van dagelijks verhandelbare aandelen komt ook goed van pas in het overnemen van andere bedrijven. Men betaalt elkaar dan uit in aandelen in plaats van geld. Dat kan ook wanneer beide partijen niet beursgenoteerd zijn, maar dan is de waarde van het betaalmiddel niet zo duidelijk en is het betaalmiddel niet liquide.

Tot nu toe klinkt het allemaal geweldig. Je gaat naar de beurs en hebt daardoor liquide aandelen, extra cash en meer naamsbekendheid. Waarom zou een onderneming het niet doen? Van de Coevering: “Het is een hele andere wereld of je een paar aandeelhouders hebt die je allemaal kent of dat je een publiek bedrijf bent. Dan moet je ineens aan iedereen tegelijk uitleggen waarom je dingen doet en wat je hebt gedaan. Je moet het rapportagesysteem hebben om foutloos te kunnen rapporteren over financi‘le cijfers en je moet een enorme inspanning te leveren om je verhaal te houden aan beleggers die je vaak niet eens kent. Omdat de waarde van dag tot dag bekend is, moet je ook alles doen om ervoor te zorgen dat de beurswaarde ook de juiste waarde reflecteert. Je moet op consistente wijze iedereen van gelijke informatie voorzien, op een zodanige manier dat mensen jouw bedrijf op waarde kunnen schatten. Een goede manager is twee dagen per week bezig met het te woord staan van analisten en beleggers. Niet elke topman vindt dit leuk om te doen. Veel ondernemers hebben ook moeite om als het ware in een glazen kooi van beleggers te leven. Mensen binnen je bedrijf mogen niet langer alles meer vertellen over hun bedrijf aan de buitenwacht. Je moet vreselijk oppassen met het bevoordelen van een deel van de beleggers met specifieke informatie. Dan kom je op het gebied van het verspreiden van voorkennis. Dit is ook een van de redenen waarom iemand niet naar de beurs zou gaan. Je moet aan meer regels voldoen.”

Dirk Nijdam is marketingcommunicatiemanager bij de Tas Groep NV, dat in 1998 naar de beurs ging. Nijdam: “Sinds de oprichting in 1984 is TAS behoorlijk snel gegroeid en altijd autonoom. De beurs is een mooie manier om verder te groeien en dat is voor ons erg belangrijk. Het is een constructie die extra vermogen oplevert waardoor je kunt overnemen. Daarnaast was de naamsbekendheid van TAS niet erg groot. Veel mensen dachten dat we nog een bedrijf van 3-400 man waren, in plaats van de 1500-1600 die er nu werken. De perceptie verandert als je beursgenoteerd bent, je krijgt meer aandacht.”

Het tijdstip om naar de beurs te gaan kwam eigenlijk omdat men nadacht over de volgende stap voor het bedrijf: groeien, samenwerken of gekocht worden. Nijdam: “TAS gelooft in eigen kracht en wilde daarin investeren.”

Hij noemt de verandering in de bedrijfsvoering als belangrijkste gevolg van de beursgang. “Je bestaat al dertien jaar en binnen de regels ben je gewend te doen wat je wilt. De transparantie is een hele grote verandering. Het is wel even wennen dat je bijvoorbeeld je cijfers openbaar moet maken. Je hebt van nature het gevoel dat die informatie concurrentiegevoelig is.” Toch is hij tevreden dat TAS indertijd de stap maakte. “Je hele organisatie wordt heel snel volwassen. Dat komt tot uiting in allerlei processen die beter geregistreerd, afgehandeld en behandeld moeten worden. Je administratieve processen lopen op een andere manier, je moet zorgvuldiger werken en alles inzichtelijker maken. Je wordt doorgelicht, alles onder de loep genomen. Er zijn zoveel regeltjes en toch is het heel positief. Je bedrijf komt in een fase waar je anders jaren later pas ingekomen was. Groeistuipen? Nee, je kunt ze beter beheersen – als je geen gekke dingen gaat doen uiteraard. Voor ons is het heel goed geweest.”

Joost Schuijff is CEO van Bibit, leverancier van internet betaaldiensten. Hij maakt duidelijk dat Bibit geen concrete plannen heeft om naar de beurs te gaan, en er alleen over denkt. “Het probleem met dit onderwerp is dat als je zegt dat je erover denkt om naar de beurs te gaan, dat men gelijk aanneemt dat je het ook van plan bent. Dat is dus niet zo. Wij zitten zelf niet op de wip. We worden goed gefinancierd en kunnen tot eind 2001 vooruit met het geld dat we hebben. Maar stel dat we zitten te denken aan Europese expansies. Dat zouden we kunnen doen door klanten te kopen en financi‘le netwerken aan te schaffen. Dan zijn er twee mogelijkheden om te investeren. Je kunt achterom kijken naar de investeerders die de waarde van je bedrijf al kennen of je gaat naar de beurs waar je iedere dag weet hoeveel je aandeel waard is. Daarnaast kun je ze ook makkelijker ruilen met andere bedrijven, je hebt veel meer liquide middelen.” Schuyff is er nog niet helemaal uit of Bibit het overnamepad opgaat. “Het zelf werven van klanten is sneller en kost minder qua financi‘n en resources. En vergeet de integratieproblemen niet.”

Als voordelen van een beursgang noemt Schuyff toename van liquide middelen, een grotere naamsbekendheid en het kunnen bieden van personeelsopties met een duidelijke waarde. De transparantie ziet hij als potentieel nadeel. “Als publiek bedrijf ben je verplicht te rapporteren aan aandeelhouders die je niet kent. Je moet oppassen wat je zegt, het vergt enorme investeringen. Het aanpassen van je bedrijfsprocessen trekt een enorme wissel op je resources.”

Van de Coevering beaamt dat het verlies van zelfstandigheid en het moeten bieden van transparantie in de bedrijfsvoering redenen kunnen zijn om de stap niet te zetten. “Op het moment dat je naar de beurs gaat moet je veel meer verantwoording afleggen. Je hebtte maken met een Raad van Commissarissen en buitenstaanders als aandeelhouders.”

Schuyff: “Een ander nadeel is het volgende. Stel, het gaat met de conjunctuur niet zo goed en je hebt plannen gemaakt op de huidige beurskoers. Je hebt een dag gepraat met een kandidaat voor overnames, en ‘s avonds zie je op tv dat de beurs is ingestort. Dan kan je de volgende dag terug om opnieuw te onderhandelen.” Nijdam: “Je koers wordt een afspiegeling van de bedrijfsperformance. Een lagere koers betekent niet automatisch dat het slecht gaat met TAS. De beurs wordt door een groot deel geregeerd door sentiment, dat is soms belangrijker dan ratio. Kijk naar internetbedrijven, er was een hype en die is nu ingestort. Het ene moment maakt de prijs van een aandeel niet uit en het volgende moment stort het in. Als de goeie man op het goeie moment iets positiefs over je bedrijf zegt, stijgen je aandelen met 20%. De waarde van je onderneming wordt medebepaald door buitenstaanders. Daar moet je aan wennen. Wat zeg je wel, wat zeg je niet. Als de voorzitter van je bedrijf op Business Update is geweest, dan merk je dat aan de koers. Je kunt de mensen niet echt beïnvloeden, maar je kunt er wel voor zorgen dat hun uitingen stoelen op goede informatie. Wij zijn heel blij dat we naar de beurs zijn gegaan, het biedt een mooie bodem voor groei en ontwikkeling.”

Van de Coevering: “Het is een middel om verdere groei te financieren. Beursgang moet zelf geen doel zijn. Het lijkt voor sommigen een eindpunt, maar het is een hernieuwde start voor de volgende fase van de onderneming. Als jouw eigen bedrijf naar de beurs gaat, heb je wel iets bereikt. Je hebt jezelf wel bewezen, maar het is geen eindstation. Meer een mijlpaal.”

Worstelt Schuyff met deze wellicht zware beslissing? “Nee, ik neem de beslissing gewoon niet zolang ik het niet zeker weet. Ik praat erover met mensen en het begint vanzelf te dagen. Pas als je gaat forceren wordt het een zware beslissing.”

Herplaatsing en emissie
John Hak, Kempen & Co NV: “Herplaatsing is wanneer de beursgang alleen gepaard gaat met een verkoop van bestaande aandelen van de huidige aandeelhouders. In dat geval gaat het geld naar de verkopende aandeelhouders en niet naar de onderneming. Dit was bijvoorbeeld zo bij de beursgang van PinkRoccade. Vaak worden bij een beursgang echter nieuwe aandelen uitgegeven door het bedrijf en kan het bedrijf het geld besteden om nieuwe investeringen of overnames te doen. Dat heet een emissie. Dat was het geval bijvoorbeeld bij de beursgang van Versatel.”

Advertisements